"Waarschijnlijk beantwoordt het geluid van een schetterend blaasinstrument aan een diepe menselijke behoefte, want de mens heeft geblazen vanaf het moment dat hij de wind temde."
Dat is een uitvinding die niet onderschat mag worden. Tot dan toe was de bewegende lucht een boze godheid die kwaad kon doen. Maar toen de mens ontdekte dat hij, net als de wind, geluid kon maken door lucht in een voorwerp met gaten te blazen, werd hij zelf ook een beetje God.
Door te blazen werd je zo sterk dat je zelfs de muren van Jericho kon neerhalen. Geen wonder dus dat de soldaten in latere eeuwen soms wel hun geweer weggooiden, maar nooit hun trompet. Die namen ze mee om er in volle vrede thuis onder de boomgaard uit te blazen van het krijgsgeweld"
Eigenlijk betekent het woord 'fanfare' niet een muziekkorps maar een signaal, een korte melodie geblazen door trompetten of hoorns. En die meestal werd gespeeld op militaire of feestelijke gelegenheden.
**********************************************************************************************************
Niet alleen het vaandel was een reden tot discussie. Ook de naam Sint-Cecilia werd door beide fanfares een tijd lang betwist.De oorlogen hebben spijtig genoeg veel van het archief doen verdwijnen, zodat er ons zeer weinig geschiedenis rest van de periode eind 1800. Alfons Lonthie als voorzitter en Emiel Duchesne als muziekleider bleven waarschijnlijk de maatschappij besturen en dirigeren tot aan de eerste wereldoorlog.
Op 3 mei 1919 werd de maatschappij ‘heringericht’ en onder impuls van een nieuwe bestuursploeg. Met als voorzitter Henri Nackaerts en dirigent Alfons Deprins groeide Sint-Cecilia uit tot een sterke vereniging. In 1922 telde men niet minder dan 53 muzikanten en net geen 200 leden.
Muziekonderricht was ongekend en vele muzikanten genoten hun opleiding in de keuken, de stal of zelfs in de grachtkant, van generatie op generatie. Reeds in de jaren dertig zien we, onder impuls van de volgende dirigent Miel Stroobants, een flink aantal toneelopvoeringen op de affiche staan. De tweede wereldoorlog in 1940 legde de bedrijvigheid weerom stil en het was Armand Nackaerts die in 1945 de derde heropstanding gestalte gaf. Na twee jaar werd de functie van voorzitter overgenomen door Guillaume Nackaerts en dat voor de volgende 33 jaar. In deze na-oorlogse periode klom Sint-Cecilia onder het dirigentschap van Jozef Van den Wijngaert (vanaf 1945) op tot een zeer hoog muzikaal niveau. Vooral met stapmarsen werden hoge toppen gescheerd maar ook de grotere werken werden niet omzeild. Getuige hiervan volgend palmares:
-
Eerste prijs uitmuntendheid 80,76%
-
1953 Pulle Internationale Korpswedstrijd – 1e afdeling – Tweede prijs
-
1954 Leuven Provinciaal Tornooi – 2e afdeling
-
1955 Leuven Provinciaal Tornooi – 1e afdeling
-
1957 Rijkevorsel Marsen 1e afdeling – Eerste prijs grote onderscheiding
-
1958 Brussel Wereldtentoonstelling – 8e plaats internationale stapwedstrijd
-
1961 Berlaar Stapwedstrijd – 1e afdeling – Eerste prijs met Lof van de Jury
Deze rijke waaier van verdiensten werd mogelijk gemaakt door een groep van meer dan 70 muzikanten met achter hen een ledenblok van meer dan 220 members. Muziekstudie was meestal nog een interne aangelegenheid en werd opgenomen door Gust Vanderelst, Jef Van den Wijngaert en vooral August Nackaerts (de witte van den boult) Tegelijkertijd was zaal Concordia in deze voor- en na-oorlogse periode het Mekka van de operette-liefhebber. Jaar na jaar oogste men succes met diverse opvoeringen van prachtige operettes olv Miel Deca. Onder andere ‘De lustige boer’, ‘Zeppl’ en vele andere.
OPERETTE
Zoals bij zovele andere muziekverenigingen viel deze glorieperiode samen met sterke politieke en industriële belangen. In Rotselaar was dat niet anders. Beide fanfares waren ingebed in een sterke lokale politieke partij ( de "geuzen" van St.- Cecilia in het Ceciliablok, de "sussen" van Rotselaers Ware Vrienden in Gemeentebelangen) en in een sterke lokale industriëke tak ( brouwerij / molen). En dat werd zeer sterk uitgespeeld. Het was grimmig vijandschap en vooral in de verkiezingsperiodes vlijmscherpe concurrentie in woord en daad. Samen met het teloorgaan van de industriële tak en met de stopzetting van de dorpspolitieke partijen in 1976 kon dit vijandig hoofdstuk stilaan worden afgesloten.
In het jaar 1980 ruilde de voorzittersstoel na eveneens een onafgebroken periode van 33 jaar, van Guillaume Nackaerts (oud-burgemeester) naar Jan Wuyts die voordien reeds 10 jaar de secretarisfunctie waarnam en tevens drijvende kracht was achter de majorettengroep.

EERSTE MAJORETTENGROEP
Eveneens tijdens deze beginjaren ’80 kreeg het fanfareleven weer wat interesse van ouders en jeugd. De eersten kregen een andere indruk van de fanfare ‘rond de kerktoren die eerst het glas hief vooraleer een noot te spelen’. De tweeden vonden de weg naar de muziekscholen en konden zich beter terugvinden in de nu meer concert-gerichte fanfare. En Sint-Cecilia kon zich sporadisch verheugen op een nieuwe aanwinst die, geschoold door een interne of een conservatoriumopleiding, de weg vond naar het repetitielokaal.
Een buitenlands muzikaal weekend werd ingelast naar het Oostenrijkse Hofkirchen in 1985 en in eigen land gordelden wij muzikaal mee tijdens één der eerste Gordelfeesten in Sint Genesius Rode.
Vanaf eind 1986 was de muzikale verantwoordelijkheid van Sint-Cecilia in handen van Christel Borghlevens (diploma klarinet aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel). Als jong vrouwelijk dirigent (een unikum in die tijd) slaagde zij erin om in 1988 Sint-Cecilia te behouden in eerste afdeling.
Uit diezelfde periode dateert ook onze eerste muzikale concertreis naar de Rotselaarse zustergemeente Bad Gandersheim, een onvergetelijke ervaring. Maar een neerwaartse trend sloop stilaan weer binnen en datzelfde jaar werd in mineur afgesloten door het vroegtijdig overlijden van de voorzitter Jan Wuyts. Vele van zijn plannen bleven onuitgevoerd achter. Net voor de kerst- en nieuwjaarsperiode ’88 besliste de fanfare-gemeenschap om de taak van vader op zoon te laten overgaan en nam Jos Wuyts de fakkel over.

BAD GANDERSHEIM 1994
Na enkele aftastende maanden werd op verschillende vlakken aanpassingen doorgevoerd. Op dirigentenniveau kwam er een verschuiving en na een korte interimperiode van Frans Fobelets werd het dirigeerstokje eind 1989 overgedragen aan George Luyten (leraar aan het Stedelijk Conservatorium te leuven). Onder zijn leiderschap kreeg onze maatschappij een krachtige impuls op menig vlak.
De majorettengroep diende, door gebrek aan interesse enerzijds en door het herprofileren van de vereniging anderzijds, ontbonden te worden. De eigen muziekschool werd nieuw leven ingeblazen. Paul van Calster, Frans Fobelets, Rik L’Enfant, Alfons Vertongen en Achiel Valkenaers gaven iedere week het beste van zichzelf door aan de leerlingen. Deze periode ’89 – ’95 werd ook gekenmerkt door een sterke toename van de muzikanten (50) en de jongeren in het bijzonder en aansluitend een versteviging van het kwaliteitsniveau wat in 1992 resulteerde in een uitmuntendheidsgraad tijdens het Provinciaal Tornooi.
Uit die tijd dateert ook de naamsverandering van fanfare naar harmonie, want de klarinetsectie barstte uit de voegen terwijl de bugelsectie uitstierf. Als uitstappen zijn vermeldenswaardig de beide openingsplechtigheden in ’93 en ’94 van het Internationaal Filmfestival Vlaanderen – Gent en weerom twee geslaagde concertreizen naar Bad Gandersheim.
De 22 jaar oude, militaire kostuums werden vervangen door een modern maatpak/hemd/das en er werd heel wat geïnvesteerd in instrumentarium en een volwaardig slagwerkarsenaal.
Op organisatorisch vlak werd verdergebouwd naar thema-gerichte muziekconcerten in veiling TBO Werchter, een tweejaarlijks eigen jeugdmuziekkamp zag het daglicht en tevens een eigen ledenblad.
Medio 1995 wisselde het dirigeerstokje en kwam de jonge Benny Laureyn (23j, hoger diploma saxofoon, laureaat tenuto-wedstrijd BRTN) voor de muzikanten te staan. Risicovolle maar doordachte keuze. Samen groeiden dirigent en muziekgroep verder in hun muzikaliteit en kwaliteitsvol repertorium.
De jaarlijkse muziekconcerten verhuisden naar de Aula van het Montfortcollege en weerom waren de concertreizen naar Duitsland onovertroffen, net als concertoptredens in de stadschouwburg van Leuven.

STADSSCHOUWBURG LEUVEN
In datzelfde jaar ging de jongerengroep van de harmonie voor de eerste keer op een driedaags muziekkamp. Ze trokken naar het kasteeltje Heiberg in Kessel-lo. Een weekend boordevol groeps- en partiële repetities, afgewisseld met sport en spel en andere activiteiten. Een team bestuursleden verzorgde de maaltijden. Op zondagnamiddag werd afgesloten met een prachtig concertje door alle deelnemers.
Met het jaar 2000 en de eeuwwisseling in 2001 kon en mocht een nieuw initiatief niet ontbreken. En dat kwam er dan ook, in de vorm van een echt Weens opgevat Nieuwjaarsconcert in de polyvalente zaal de meander te Rotselaar. Met professioneel licht en geluid, professionele presentatie en VIP arrangementen. Een weergaloos succes dat nog verstrekt werd door de inbreng van een gastvedette in de volgende jaren.
Het muziekschoolonderricht lieten we over aan de gespecialiseerde conservatoria/scholen en het ‘instaporkest’ werd boven de doopvont gehouden. Hoofddoel: jonge, net spelende mensen de kans te geven om via leuk samenspel zich verder te ontwikkelen en de smaak van de harmonie te pakken te krijgen. Na amper 5 maanden repeteren en enkele concertjes met deze groep van een 20-tal jongeren, waren ze klaar voor een grote uitdaging. Samen met een gelijkaardig jeugdorkest uit Antwerpen studeerden ze onder leiding van Peter Van Montfort (toen dirigent van het instaporkest) de muziek van de kindermusical Alfred Jodocus Kwak van Herman Van Veen in. Voor de acteurs en het koor werden de kinderen van Rotselaar aangeschreven. Met een enthousiaste ploeg van een 40-tal kinderen startten de voorbereidingen onder leiding van een professionele regisseur en met de medewerking van verschillende van onze eigen mensen. Voor een overvolle aula in het Montfortcollege werd op Zaterdag 17 maart 2001 een grandioze opvoering gegeven van dit unieke project.

MUSICAL ALFRED JODOKUS KWAK
Organisatorisch verschoven de randactiviteiten zich van koffieconcerten en eetdagen naar de parking/campingactiviteiten in het randgebeuren van Rock Werchter. De muziekcommissie zag het daglicht en nogmaals werden forse investeringen gedaan in slagwerk. Het ledenblad ging over in een maandelijkse nieuwsbrief en onze website kreeg een vaste vorm.
Na acht jaar samenwerking en een emotioneel afscheid ging de dirigeerstok van de harmonie begin 2004 over naar Leo Wouters (trompet). In september 2004 gaf ook Peter van Montfort wegens een overvolle agenda zijn stokje van het instaporkest door. Robby Boone, toen sinds een paar maanden trompettist in onze vereniging en student aan het Leuvense Lemmensinstituut, nam de fakkel over.
Het tweejaarlijkse jongeren-muziekkamp, waarvoor achtereenvolgens naar Bonheiden, Heverlee, Westmalle en Merelbeke werd getrokken, kan steeds rekenen op een 50-tal deelnemers. Daarnaast worden geregeld andere niet-muzikale activiteiten ingelast voor de jongeren specifiek of voor de ganse groep. Een greep uit het aanbod: voetbalwedstrijd, namiddag naar de schaatsbaan, bezoek aan de luchtmachtbasis te Beauvechain, weekend naar Londen met eventueel bijwonen concert(en), ....

JONGERENKAMP 2003
In dezelfde lijn verderwerkend kunnen we vandaag bogen op een meer dan zestigkoppig harmonie-ensemble, een twintigkoppig instaporkest, een tiental bestuursleden en heel veel leden/helpers/symphatisanten die zich week in week uit inzetten. Ter verrijking van zichzelf en van de groep. Fier ook dat ze de toehoorders kunnen in vervoering brengen met aangename en kwaliteitsvolle muziek of dat zij mee mogen/kunnen werken aan een belangrijk sociaal ondersteunend verenigingsleven. Fier dat zij mee het imago kunnen bepalen van onze harmonie.
Nog steeds die eerste basisdoelstelling, ingeschreven in het reglement van 1877, waarmakend: IN DUURZAME EENDRACHT TUSSEN DE LEDEN DE MUZIEK BEVORDEREN EN VERSPREIDEN MET OOG VOOR DE JEUGD. De sleutel om steeds weer de moed te vinden om zowel sociaal, muzikaal, organisatorisch te ijveren voor een zo goed mogelijk samenwerking en uitstraling, om steeds weer die uitdaging op te nemen, is te vinden in de eenvoudige uitspraak :...
het zalige genoegen om SAMEN muziek te maken....
tekst Jos Wuyts 2006