Houtblazers


Klik op de foto of de instrumenten in het blauw voor een kort geluidsfragment.



  Dwarsfluit
Hoewel ze tegenwoordig uit metaal gemaakt is, behoort de dwarsfluit tot de familie van de houtblazers. De vroegere houten dwarsfluit had geen kleppen. Je bespeelde het instrument door gaatjes te sluiten of te openen. Sinds het midden van de 19de eeuw heeft de moderne dwarsfluit wel kleppen waardoor het bespelen ervan veel makkelijker is geworden. Naast de gewone dwarsfluit komt in de harmonie ook nog de piccolo voor.
De piccolo wordt voornamelijk van hout gemaakt en klinkt een octaaf hoger dan de gewone dwarsfluit. De klank is scherp en doordringend en kan gemakkelijk boven een heel orkest uitkomen.


  Hobo
De hobo is in de 17de eeuw ontstaan uit de schalmei. Stilaan krijgt de hobo meer en meer kleppen. Tegen het eind van de 19de eeuw krijgt ze het uiterlijk zoals we een hobo nu kennen. De hobo hoort net als de fagot bij de familie van de "dubbelriet"- instrumenten. De klank van de hobo is doordringend en nasaal. De hoboïst geeft de toon (de noot la) aan bij het stemmen van het orkest.
In de 18de eeuw ontstonden hobo's van verschillende afmetingen zoals de althobo. Deze is groter en heeft een peervormig uiteinde. Voor uitgebreide werken komt naast 2 hobo's in het harmonie-orkest ook vaak een althobo voor.


  Fagot
De fagot is een ver familielid van de hobo, ook hier wordt geblazen op een dubbelriet. De naam fagot komt uit het Italiaans (fagotto = takkebos). Wegens de kolossale lengte van bijna 3 meter, hebben de bouwers het dubbelgevouwen in een U-vormige pijp. Het riet steekt op een S-vormige metalen buis (de bokaal). De klankkleur van de fagot is komisch en week.


  Klarinet
De klarinet is een cilindrische pijp, gemaakt van Afrikaans hardhout of kunststof. Ze bestaat uit 5 afzonderlijke delen die in elkaar geschoven worden. Het bovenste deel is het mondstuk met aan de onderkant een enkel stuk riet bevestigd. De klarinet heeft een zeer grote toonomvang; je kan er zowel hele hoge, ietwat schrille als hele lage, warme noten op kan spelen. Ze heeft ook grote mogelijkheden qua volume, van een onhoorbaar ppp (zeer stil) tot een trompetachtig fff (zeer luid). En je kan een klarinet op heel wat verscheidene manieren laten klinken, van fluweelzacht tot onverbiddelijk. De klarinet is een zeer veelzijdig instrument dat in ongeveer alle muziekgenres gebruikt wordt. In een harmonie wordt de grootste groep gevormd door de gewone Bes-klarinet, maar ook een kleine Es-klarinet en de grotere basklarinet komen vaak voor.


  Saxofoon
Halverwege de 19de eeuw bouwde de Belgische instrumentbouwer Adolphe Sax uit Dinant, een blaasinstrument met een enkelriet: de saxofoon. De saxofoon is een beetje een vreemd instrument. Mijnheer Sax "verbouwde" eigenlijk de klarinet. De saxofoon heeft dan ook een mondstuk zoals van een klarinet, maar de buis is van boven smal en wordt naar onderen toe steeds wijder, zoals bij de hobo. Bovendien heeft ze dan weer een enkel riet zoals de klarinet. Meestal wordt de altsax gebruikt, maar ook de tenor- en baritonsaxofoon hebben in de harmonie hun plaatsje.

Koperblazers


Klik op de foto of de instrumenten in het blauw voor een kort geluidsfragment.

   Trompet
De "natuur"trompet zonder ventielen is al duizenden jaren oud. Op deze, meestal rechte, instrumenten kon men maar een paar tonen (de natuurtonen) spelen. Reeds bij de Grieken en Romeinen vinden we ze terug. In de Middeleeuwen was een koninklijk instrument, het middelpunt van het hoforkest. Oorspronkelijk bestond de trompet maar uit een paar onderdelen: het mondstuk, de hoofdbuis en de klankbeker. Aan het eind van de 18de eeuw zocht men oplossingen om een trompet te vervaardigen zonder deze beperkingen. Rond 1900 werd het ventielsysteem in gebruik genomen, zoals we dat nu nog kennen. Naast de trompet heb je nog gelijkaardige instrumenten met een lichtjes andere klankkleur: de cornet en de bugel. Deze worden vooral in de brassband en de fanfare gebruikt.


   Trombone
De trombone in zijn huidige vorm kwam in Europa al in de 15 de eeuw voor. Het geluid wordt, net als bij een trompet geproduceerd door de lippen van de speler, maar de trombone kreeg een telescopische schuif. Er bestaan twee varianten: de schuiftrombone en de ventieltrombone. Tegenwoordig wordt bijna uitsluitend de schuiftrombone gebruikt. De schuiftrombone heeft een eigenschap die geen enkel ander blaasinstrument heeft. Het instrument kan een echte glissando maken: een ononderbroken overgang tussen verschillende toonhoogtes, alsof je van de ene naar de andere toon glijdt. Naast de tenortrombone wordt ook geregeld de bastrombone gebruikt.


   Hoorn
De voorloper van onze moderne hoorn bestaat eigenlijk al heel lang, denk maar aan de schelphoorns en de dierenhoorns, waarop je alleen een paar natuurtonen kon spelen. Soms waren ze voorzien van enkele gaten zodat ze een beperkt melodisch bereik hadden. In allerlei beroepen werd later de hoorn gebruikt : herders, brandweer, torenblazers en postkoetsen. De instrumenten waren toen meestal uit metaal of koper vervaardigd en rijkelijk versierd. In de middeleeuwen werd de hoorn bijna uitsluitend met de jacht geassocieerd: gebogen buizen met een beker, die jagers om hun nek droegen. Door de ontwiikeling van deze metalen hoorns werd het een veelzijdig instrument dat in de 18de eeuw ook in orkesten gebruikt werd. In de 19de eeuw kon men er door het ventielsysteem uiteindelijk voor zorgen dat de hoorn meer tonen kon spelen, en dat ze een grotere toonomvang kreeg. Uiteindelijk leidde dit tot de hoorn zoals we die nu kennen met draaiventielen. In de moderne harmonie zijn 4 hoornpartijen voorzien.


   Euphonium - Tuba
De Tuba is in de 19de eeuw uitgevonden door Adolphe Sax, inderdaad dezelfde mijnheer als van de saxofoon. Hij probeerde een blaasinstrument te maken dat vooral in de laagte een voldoende en fraai geluid kon produceren. Hij produceerde uiteindelijk een hele reeks 'saxhoorns' in allerlei toonaarden en formaten. De tuba is een basinstrument en wordt in de volksmond dan ook meestal bastuba genoemd. Daarnaast bestaat ook de tenortuba of euphonium die een octaaf hoger klinkt en de bariton. Het kleinste model in de reeks is de alto die in de harmonie mee met de hoornsectie speelt.

Slagwerk


Klik op de foto of de instrumenten in het blauw voor een kort geluidsfragment.

  Drumstel
Een drumstel bestaat uit een aantal trommen en bekkens (cymbalen). De grote trom (of bass drum) en de hi-hat worden door de voeten met een pedaal bediend. Het indrukken van het pedaal zorgt ervoor dat een stok tegen de trom slaat of dat de beide cymbalen tegen elkaar geslaan worden. Verder zijn er nog verschillende trommen -waaronder een snare-drum- en bekkens (ook wel cymbalen genoemd) die allemaal een verschillend geluid maken.

   Melodische instrumenten
Het klokkenspel, de xylofoon, de marimba, de vibrafoon en de buisklokken. Al deze instrumenten bestaan uit verschillende staafjes of buizen die allemaal een andere toonhoogte hebben waardoor verschillende octaven gespeeld kunnen worden. Ieder melodisch instrument heeft zijn eigen typische klankkleur.

    Pauken
Pauken zijn membranofonen (slaginstrumenten met een vel) die verschillende tonen kunnen laten horen. Een pauk bestaat uit een metalen ketel waarover een vel wordt gespannen. De hoogte van een toon wordt bepaald door de spanning en de grootte van het vel. Om een andere toon te verkrijgen, bedient de paukenist met zijn voet een pedaal waardoor het vel strakker of losser gespannen wordt. Een set pauken bestaat uit 2 tot 5 pauken van verschillende grootte.

    Percussie
Alle andere grote en kleine slagwerkinstrumenten zoals grote trom en cymbalen, triangel, tamboerijn, guiro, gongwoodblock, castagnetten, maraca's, bongo's, conga's enz.
Ze hebben allemaal hun eigen, meestal onveranderlijke toon en brengen een uniek geluid voort.


Bron: encyclopedie van muziekinstrumenten - Helmond